Het blijft een even zielig als fascinerend experiment dat Harry Harlow uitvoerde met Rhesusaapjes in 1958. Hij gaf de aapjes de keuze tussen een ‘moeder’ van ijzerdraad met een flesje melk, en een pluchen ‘moeder’. De aapjes gaven in alle gevallen de voorkeur aan de pluchen moeder boven die van ijzer, ook al betekende dat geen eten. Hier is een filmpje van het experiment te zien. De conclusie van zijn onderzoek was dat liefde en affectie het belangrijkste zijn voor de psychische ontwikkeling van een kind.

Het effect bij kinderen

John Bowlby onderzocht wat het effect is van een scheiding tussen ouders en jonge kinderen. Hij ontdekte dat die kinderen in een ernstige depressie terecht kwamen. Ze waren somber en verdrietig, trokken zich terug en verstijfden, sliepen en aten niet goed. Dat een kind zich kan hechten aan een ouder die beschikbaar is en sensitief is voor de behoeftes van dat kind, is dus onontbeerlijk voor een goede psychische ontwikkeling.

De hechtingsstijlen

Afhankelijk van hoe de hechting verloopt, ontwikkelen mensen verschillende hechtingsstijlen. Die hechtingsstijlen zijn al te zien bij kinderen van 1 tot 1,5 jaar oud.

Veilig gehechte kinderen

Deze kinderen exploreren veel, maar zoeken ook de ouder op. Als die weg gaat, kunnen ze angstig reageren. Maar ze zijn snel weer op hun gemak als de ouder er weer is en gaan door met waar ze mee bezig waren. Ouders zijn aanwezig en sensitief.

Onveilig – Vermijdend gehechte kinderen:

Deze kinderen komen erg zelfstandig over. Ze doen veel zelf en doen weinig beroep op de ouder. De ouders zijn vaak niet sensitief en afwijzend ten opzichte van de gevoelens van het kind.

Onveilig – Afwerend (ambivalent) gehechte kinderen

Hier zoeken de kinderen juist veel contact met de ouder. Ze zijn angstig en kunnen snel boos zijn. Deze kinderen klampen zich als het ware vast en exploreren niet veel zelf. Daarbij reageren ze ook heftig als zij verlaten worden. De ouders hier zijn vaak afwezig, of grillig in hun reacties.

Onveilig – Gedesorganiseerd gehecht

Hier zie je een combinatie van de bovengenoemde (onveilige) hechtingsstijlen. Het lijkt alsof deze kinderen tegenstrijdige reacties hebben op de ouder, of daar bang voor zijn. Tegelijkertijd zoeken ze die ook op. Nabijheid van de ouder leidt eerder tot stress dan dat die afneemt.

Kan het goed komen met hechtingsproblemen?

Ja zeker: in een veilig contact met een ander, kunnen mensen een hoop ervaren en leren van wat ze eerder in het contact met hun ouders niet hebben gekregen. Vaak is daar wel de tijd voor nodig. Veel psychische problemen worden in verband gebracht met hechtingsproblemen zoals een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Hulp vanuit de gespecialiseerde GGZ kan daarbij helpen. Wil je graag weten wat voor hulp er voor jou of iemand die je kent is? Neem dan contact op met WegwijsGGZ en wij kijken met je mee.

WegwijsGGZ

About WegwijsGGZ

Leave a Reply